Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

“Kleuters en wiskunde: ze kunnen zoveel aan”

  • 28 maart 2025
  • 4 minuten lezen

Verwondering is een sleutelwoord in de kleuterklas: van daaruit leren de allerkleinsten de wereld kennen. Voor leraar Liesbeth is het de basis om samen met collega’s van kleuters en wiskunde een droomcombinatie te maken.

“Wiskunde is overal: van een lege drinkbus over een trui met patroon tot de kaarsjes op een verjaardagstaart. Ik zie dan ook dagelijks kansen om wiskunde niet uiteen te laten vallen in losstaande brokjes getallenkennis en metend rekenen.”

“Het gaat daarbij om zoveel meer dan cijfers en tellen. Belangrijke vaardigheden natuurlijk. Maar in het eerste leerjaar wordt wiskunde snel abstracter, en zonder inzicht krijgen leerlingen het moeilijk. Daarom zetten we veel meer in op verwoorden en handelen. Eerst met materialen uit hun leefwereld, pas later met meer abstracte klikblokken, kaarten en lineaire getalbeelden.
Leerlingen leren de onderliggende principes kennen en weten wat ze aan het doen zijn.”

juf Liesbeth begeleid kleuters met het getalverhaal bij Wiskunde
Liesbeth Maes: “Klassikaal of in interactie met enkele leerlingen: het is altijd nuttig om wiskunde een plek te geven”

Getalverhaal

De kleuters zitten in een halve cirkel, 2 pictogrammen van een oog en oor signaleren dat juf Liesbeth zal starten. Ze modelleert en verwoordt luidop: “Ik bedenk een getalverhaal. Ik neem 4
ramen voor mijn huis. 4 ramen is mijn geheel. Ik verdeel mijn ramen in 2 delen: 3 blauwe ramen en 1 geel. Want 3 en 1 is samen 4.” Een kleuter merkt op: “Dat is eigenlijk al
een beetje splitsen.”

Vroeger gingen we heel wat wiskundebegrippen uit de weg. Waarom zou je tegen kleuters beginnen over een patrooneenheid? De insteek is nu: niet elk kind hoeft alle begrippen te gebruiken. Maar ze horen de term al meermaals of weten misschien al dat het gaat over ‘het stukje dat telkens terugkeert’. Als een kleuter na mijn expliciete instructie met parels speelt en ‘kijk, ik maak een patroon’ zegt, besef ik onze impact.”

Kleuters kunnen zoveel wiskunde aan. Schatten hoeveel paperclips er in de lengte van een raket passen? Ze turven samen en staan te springen als hun schatting in de buurt kwam. Of 2 torens vergelijken. Ja, de ene is groter. Maar kijk ook eens verder: de kleinste toren heeft meer blokken. Hoe kan dat?”

GRRIM-model

Liesbeth gaat met enkele kleuters rond de tafel zitten. Ze hebben elk hun eigen materiaal en mogen nu onder haar begeleiding zelf een getalverhaal maken. Er worden vierkantjes uit een doos genomen en op de huizen gelegd. Een kleuter omcirkelt een van de delen met haar hand en zegt dat ze 2 blauwe ramen heeft. Juf Liesbeth lacht en vraagt haar om een stapje terug te zetten: “Vertel ons eerst hoeveel ramen je huis heeft, dat is het geheel.”

“Na de expliciete instructie wiskunde ga ik in kleine groepjes kleuters aan de slag. Volgens het GRRIM-instructiemodel geef ik leerlingen de kans om het zelf te doen. Ideaal om te observeren: ik krijg zo helder wie nadien welk niveau aankan tijdens individuele oefeningen. Mijn collega’s en ik houden de groep samen. Snelle leerlingen krijgen extra uitdaging, zij die even de weg kwijt zijn, zetten samen met ons een stapje terug. Om daarna weer aan te sluiten.”

Een kleuter splits het getal drie in twee en ...
Liesbeth Maes: “Volgens het GRRIM-instructiemodel geef ik leerlingen de kans om het zelf te doen.”

Denktafel

“Ik ben bewuster aan het werk na enkele vormingen en denk sneller aan wiskunde tijdens het voorlezen of tijdens routines. De kleuters met cijfers op hun kleding stuur ik bijvoorbeeld eerst naar buiten. En heb ik enkele minuten over? Dan tover ik een zakje met figuren tevoorschijn waaraan de leerlingen mogen voelen. Klassikaal
of in interactie met enkele leerlingen: het is altijd nuttig om wiskunde een plek te geven.

“Maakten mijn kleuters een fout, dan greep ik vroeger snel in. Nu pauzeer ik en stel ik de waaromvraag: een uitnodiging om me
mee te nemen in hun denkproces. Dikwijls hebben ze een redenering die voor hen steekhoudt en mij een nuttig inzicht geeft.”

“Ik kijk voortdurend in hun hoofdjes. Is een kleuter tijdens mijn instructie stil omdat die het niet begrijpt, of omdat de taal te moeilijk is? Dat zoek ik uit tijdens groepswerk aan onze ‘denktafel’: ik trek een fluojasje aan en geef de denkertjes aan die tafel even mijn onverdeelde aandacht. Het jasje toont de rest van de klas dat ik even niet bereikbaar ben en leert hen zo omgaan met uitgestelde aandacht.

Rekenen op elkaar

“Kleuters diep laten nadenken: dat is ons doel. Want alleen zo bouwen ze wiskundig inzicht op. We zijn niet bang om hen uit
te dagen.
Ik weet wat de collega voor mij deed, en hoe ik de collega na mij sterk in de startblokken zet. En toetsen die in het lager worden afgenomen, volgen we op. De resultaten van onze oudere leerlingen doen ons nadenken over onze aanpak in de kleuterklas.”

“Een gedeelde teamaanpak rond kleuters en wiskunde ontwikkel je niet snel tussendoor. Al enkele jaren staan nascholingen, klasbezoeken en overlegmomenten hoog op de agenda. Op vergaderingen herhalen we: is iedereen nog mee met onze wiskundeaanpak? We krijgen steeds tijd en ruimte om te evalueren en bij te sturen. Onze basis zit intussen goed. Dat brengt rust én motiveert tegelijkertijd.


Professoren Ann Dooms en Wim Van Dooren zoeken in dit dubbelinterview een nieuwe succesformule voor betere wiskunderesultaten. En check ‘Beginnende gecijferdheid stimuleren‘ bij Leerpunt.

Laura De Kimpe

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter